Wereldvoedseldag 2006
mei 13, 2008
Door op 22:17

x93Ik weiger te geloven dat het feit dat onze boeren zoveel kunnen produceren een ramp isx94, schrijft Huib Rijk in deze analyse. x93Zouden wij dan beter op een dorre planeet kunnen wonen dan op een vruchtbare? Overschotten vormen een bedreiging voor boeren overal op deze wereld. We moeten dan ook ophouden elkaar met deze overschotten om de oren te slaan ten koste van veel ellende en geld, stelt Rijk in deze bijdrage.

De Wereldvoedseldag op 16 oktober is dit jaar extra actueel door alle discussie over schuldverlichting, de inkomenssteun voor Europese boeren en de vraag of we toe moeten naar liberalisering van de landbouw. Vanuit de landbouw reageert men als volgt: onze boeren kunnen niet zonder subsidies en afschaffing is onbespreekbaar. De hele landbouw heeft het moeilijk; er wordt te weinig verdiend. Bij veel boeren leeft het gevoel dat zij geen waardering krijgen vanuit de maatschappij en dat de mensen niets over hebben voor hun voedsel. Mensen willen echter wel meer betalen als er weinig aanbod is. Het probleem zit aan de aanbodkant, er wordt teveel geproduceerd.

Landbouw is economisch een bijzondere sector. In de economieboekjes staat het mooi beschreven: vraag en aanbod bepalen de prijs en de prijs bepaalt vraag en aan aanbod. Velen menen dat alle subsidies maar afgeschaft moeten worden en de markt zijn werk maar moet doen. Bij lage prijzen kunnen boeren niet meer investeren om grond en gebouwen en machines op peil te houden en velen moeten uiteindelijk stoppen. De markt wordt echter niet gezond omdat andere boeren de grond overnemen. Aan onze weg is de afgelopen 20 jaar het aantal boeren bijna gehalveerd. Het land is door anderen overgenomen en de productie is toegenomen ondanks de prijzen die steeds verder onder druk zijn komen te staan.

         De productiviteit wordt van buitenaf gestuurd, nieuwe rassen leveren bijvoorbeeld per jaar 1 procent productieverhoging op. Wereldwijd zijn er nog vele gebieden die niet optimaal benut worden zoals in Afrika, en landen in het voormalig Oostblok. Het vrij laten van de markt leidt niet tot een gezonde markt, maar slechts tot verpaupering van het platteland waarvan boeren de ruggengraat vormen.

         Wat echte liberalisering is, blijkt in arme landen die extra kredieten nodig hebben. IMF en Wereldbank hebben een blind vertrouwen in de vrije markt en stellen als voorwaarde dat de grenzen volledig open moeten. Gevolg: het land wordt overspoeld door goedkope import en de boeren krijgen bijna niets meer voor hun producten.

         GROTE GRAANIMPORTEN

         Mijn vader, geboren in 1914, vertelde vaak dat in zijn jeugd massaal graan uit Noord-Amerika werd aangevoerd, scheepsladingen vol vanaf de ontgonnen prairies. De regering vond deze verlaging van de voedselprijzen gunstig. Echter, het geld ging naar het buitenland en voor de boeren was het een ramp. Gelukkig, aldus mijn vader, kwam na de oorlog de EEG die de invoer aan banden legde. Mansholt was de architect van het gezamenlijk landbouwbeleid dat stond voor stabiele prijzen voor de boeren en voedselzekerheid. Essentieel was het reguleringsmechanisme van invoerheffingen en exportsubsidies. Dat was het voldoende enkele producten zoals graan, melk en vlees te reguleren.

         Wat Mansholt c.s. nooit hadden verwacht was dat de productie zo enorm toe zou nemen en dat er structurele overschotten ontstonden. Het marktmechanisme kan in de landbouw niet zowel de prijzen als de productie op een acceptabele manier regelen. Aanvankelijk was de EEG netto importerend voor voedsel. Tussen 1975 en 1980 was het omslagpunt en daarna werd de EU netto exporterend, ten koste van hoge bedragen aan subsidies. De VS kon niet achterblijven en verhoogde eveneens de subsidies. Het stelsel van heffingen en subsidies veranderde van een reguleringsmechanisme in dumping van overschotten.

         In de Derde Wereld daalde de zelfvoorzieningsgraag voortdurend, ondanks ontwikkelingshulp en horden goede-doelen-instellingen. Het is niet toevallig dat dat gebeurde terwijl het rijke Westen steeds meer zelfvoorzienend werd. Immers, niet alle landen kunnen netto exporterend zijn, tegenover export moet import elders staan. In wezen heeft het marktmechanisme het omgekeerde bereikt als bij ons: hier redelijke prijzen ten koste van teveel productie, daar voorkoming van overschotten ten koste van de prijs.

         STOP ONTKENNING

         Velen in de landbouw ontkennen of bagatelliseren het negatieve effect van de subsidies voor de boeren in de Derde Wereld. Ik beschouw het als een gebrek aan inlevingsvermogen als iemand zich niet kan voorstellen dat de arme boeren met de overschotten die wij exporteren met subsidies evenmin blij zijn als de boeren uit mijn vaders jeugd dat waren met de import van goedkoop graan. Dumping van overschotten betekent export van landbouwcrisis. De gevolgen voor boeren in de Derde Wereld: geen geld voor investeringen in grond, gebouwen en machines, kortom verpaupering van het platteland.

         Landbouw neemt ook in andere zin een bijzondere positie in. In Europa is landbouw een belangrijke sector ondanks dat er slechts enkele procenten van de bevolking werkzaam in zijn. In veel arme landen is de meerderheid van de bevolking in de landbouw werkzaam, zodat het hele land lijdt onder de lage prijzen. Import van voedsel betekent export van geld dat niet besteed kan worden aan scholing, opbouw van infrastructuur, enzovoort.

         Honger wordt veroorzaakt door armoede en onze exporten vormen een belangrijke oorzaak van de armoede. De paradox is dat wij een bijdrage aan de bestrijding van honger kunnen vormen, niet door onze productie te verhogen, maar door minder te produceren. Honger is geen technisch maar een economisch een probleem. Verdwijnen armoede en honger dat vanzelf als wij onze productie dan maar verlagen? Nee, maar redelijke marktkansen zijn is wel een belangrijke voorwaarde voor groei, zoals bij ons onder het beleid van Mansholt.

         Onder druk van de WTO is het beleid in de EU en de USA verschoven naar inkomenssteun. Toch gaat het niet goed in de landbouw. Hoe kan dat: welnu, inkomenssteun doet niets aan het ontstaan van overschotten. Langzaamaan wordt de liberalisering binnengehaald; de prijzen langzaam verlagen, een gedeelte compenseren, dit alles uitsmeren over een aantal jaren dan kunnen de boeren er aan wennen. In wezen is hierbij de gedachte dat het marktmechanisme zowel de prijzen als de productie kan beheersen. Naar mijn mening zal het omgekeerde gebeuren: geen goede inkomens voor de boeren en toch nog overschotten.

         Een interessante vraag is of de WTO tegen subsidixebring is. Voor de boeren in de Derde Wereld maakt het niets uit of de overschoten met export- of inkomenssubsidies zijn geproduceerd, of dat de boer zelf op de consument dit betaalt. Belangrijk is het of het om productie beneden hun xe9n onze kostprijs, om dumping gaat. Stel dat bijvoorbeeld de Oekraxefne zijn aardappelmarkt zo gaat reguleren dat de boeren een interne prijs van 20 eurocent per kilo krijgen en een hoop extra exporteren naar ons land voor 5 eurocent en vervolgens trots meedelen dat er geen cent subsidie aan te pas komt, wat zou dan onze reactie zijn?

         Volgens mij is de WTO niet tegen subsidies, mits deze handelsverstorend zijn. Brazilixeb heeft al vele jaren een ethanolprogramma en onlangs oordeelde de WTO geheel terecht dat subsidie hiervoor is toegestaan, dit in tegenstelling tot de exportsubsidies. Een verstandige oplossing voor de overschotproductie is volgens mij een systeem waarbij de overschotten omgezet worden in biobrandstoffen. Ik weiger te geloven dat het feit dat onze boeren zoveel kunnen produceren een ramp is. Zouden wij dan beter op een dorre planeet kunnen wonen dan op een vruchtbare? Overschotten vormen een bedreiging voor boeren overal op deze wereld. We moeten dan ook ophouden elkaar met overschotten om de oren te slaan ten koste van veel ellende en geld. Voor de toekomst is het van groot belang een gezonde boerenstand en een levenskrachtig platteland te behouden. Snel genoeg hebben  we de boeren weer hard nodig.

slaan ten koste van veel ellende en geld. Voor de toekomst is het van groot belang een gezonde boerenstand en een levenskrachtig platteland te behouden. Snel genoeg hebben  we de boeren weer hard nodig.

Dit artikel heb ik geschreven voor wereldvoedseldag 2006. Het is gepubliceerd in het landbouwblad Nieuwe Oogst en in de Volkskrant.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>