Regulering in de landbouw
Standpunten over landbouw van zowel consumenten als producenten uit zowel rijke als arme landen lopen dusdanig dat pogingen om aan alle belangen recht te doen bij voorbaat kansloos lijken. Toch is efficixebnt en sociaal aanvaardbaar landbouwbeleid volgens mij niet alleen haalbaar, ik begrijp niet dat het er al niet langer is.
Marktmechanisme werkt uitstekend
Voorstanders van liberalisme menen dat de onzichtbare hand van het marktmechanisme zorgt voor een maximum aan welvaart, doordat marktevenwicht dan vanzelf wordt bereikt en productie daar plaats vindt waar dat het efficixebntste kan.
Critici die stellen dat dit in de landbouw niet werkt hebben ongelijk: de markt werkt uitstekend. Er kan immers niet meer voedsel geconsumeerd worden dan er geproduceerd wordt. Even min kan er structureel meer geproduceerd worden dan er door de consumenten gekocht wordt. Echter, het marktmechanisme werkt in de landbouw slechts bevredigend in een smal traject waar de productiecapaciteit ongeveer gelijk is aan de economische vraag. In dat gebied leiden lagere prijzen tot een gezonde terugkoppeling door minder inzet van sommige productiemiddelen zodat de productie gematigd wordt. Dit mechanisme faalt echter als vraag en aanbod te ver uit evenwicht. Boeren hebben geen invloed op hun prijzen en verzorgen hun gewassen ook (of juist) bij lage prijzen goed. Het noodzakelijke gevolg is x93productieuitvalx94. Het omgekeerde (vraaguitval) kan optreden als de productiecapaciteit lager is dan de vraag. Overschotproductie is altijd gering maar voldoende voor structurele druk op prijzen en boereninkomens, leidend tot ontwrichting en ontvolking van het platteland. Bovendien kan zox92n landbouwcrisis tientallen jaren duren omdat de grond van stoppende boeren overgenomen wordt door anderen. Aan deze mechanismen wordt bijna geen aandacht besteed, maar begrip ervan is essentieel om tot zinvolle oplossingen voor de landbouw te komen.
Ook protectionisme is geen regulering
De landbouwlobby heeft niet alleen het recht, maar zelfs de plicht om op te komen voor haar belangen. Boeren zeggen vaak dat zonder subsidies landbouw niet mogelijk is. Dat is feitelijk een vreemde gedachte, het zou inhouden dat voedselproductie een minderwaardige bezigheid is. Het is terecht dat de boerenlobby vecht voor een rechtvaardige beloning van hun inspanningen. De tragiek is dat zij deze noodzaak van bescherming alleen vertalen in maatregelen (quotering, opkoping van overschotten, exportsubsidies) die de problemen wel tijdelijk of plaatselijk verhelpen, maar werkelijke oplossingen aan anderen overlaten. Wegens kritiek op de exportsubsidies zijn de EU en USA overgegaan op inkomenssteun. Bij volledige invoering van dit systeem kunnen de grenzen open voor importen terwijl er toch enige bescherming blijft bestaan. Kortom, de ideale combinatie van vrijhandel en protectionisme?
Inkomenssteun en vrijhandel: honger als economisch optimum
Volgens veel anti-globalisten is het systeem van vrijhandel verwoestend voor de ontwikkelingslanden. Echter, er is geen vrijhandel, alleen de combinatie van protectionisme van de rijke landen enerzijds en anderzijds de afgedwongen marktopening voor de arme landen. Het IMF speelt daarbij een kwalijke rol. Daar heerst de neoliberale stemming dat iedere vorm van protectionisme uitgebannen dient te worden. Ontwikkelingslanden worden, onder de dreiging dat zij anders geen IMF-gelden meer kunnen lenen, gedwongen hun landbouwmarkten te laten overspoelen met goedkope import. Dramatisch lage prijzen betekenen voor arme boeren dat investeringen om de productie te verhogen of zelfs maar op peil te houden simpelweg bedrijfseconomisch niet uitkunnen. Daardoor ligt voor honderden miljoenen boeren het economisch optimum bij honger. Arme landen hebben zelfs last van zowel vraag- als productieuitval: ze doen nauwelijks mee aan de wereldeconomie.
Ik kan in het systeem van inkomenstoeslagen geen idee betreffende werkingsmechanisme ontdekken. Het enige argument is dat het voor de WTO in de blue box x96 toegestane ondersteuning – valt. Dus ook arme landen zouden dit instrument kunnen inzetten, maar dit is voor hen niet uitvoerbaar. En als alle boeren wereldwijd wel inkomenstoeslagen zouden ontvangen, dan nog zijn de problemen niet opgelost. In de situatie met te grote productiecapaciteit dalen de prijzen alleen maar verder, tot alsnog de benodigde productieuitval is gerealiseerd. In de sectoren die door de EU x93gereguleerdx94 worden is de helft van het boereninkomen afkomstig van steun (cijfers LEI) en zelfs dan is er geen garantie voor een heel of zelfs een half inkomen, omdat de markt altijd doorslaggevend is voor het inkomen. Subsidies werken immers veelal negatief op hun oorspronkelijke doelstelling: door inkomenssteun blijven prijzen beneden kostprijsniveau. Het systeem van inkomenstoeslagen is daarom het tegenovergestelde van wat het lijkt: het is geen vrijhandel en het biedt geen echte bescherming.
Een punt dat vaak naar voren wordt gebracht is dat landbouwsteun slechts een geringe investering vormt voor veilig en betaalbaar voedsel. De kosten van landbouwbeleid zijn echter nauwelijks relevant. Veel belangrijker is de efficixebntie.
De landbouwlobby lijkt sterk, maar dat boeren wereldwijd onbeperkt mogen (moeten) produceren tegen bodemprijzen, is geen gunstig resultaat.
Health-check
Momenteel wordt de balans opgemaakt van het EU-beleid , de Health-check. x93Exportsubsidies zijn sterk verminderd en prijzen zijn desondanks gunstig omdat het beleid marktgerichter isx94, zijn de reacties. De oorzaken liggen echter buiten het beleid: lagere opbrengsten in een aantal gebieden, extra vraag uit China, India en voor biobrandstoffen. Er kan ook een andere balans opgemaakt worden. Tegenstanders van het huidige beleid zijn de voorstanders van volledige liberalisering - waaronder de machtige industriesector die stellen dat de landbouw gunstige handelsovereenkomsten tegenhoudt. Ontwikkelingslanden, waarvan landen als Brazilixeb steeds meer invloed krijgen, zijn eveneens verklaard tegenstander. Aan de andere kant van de balans vinden we de bevolking die overwegend begrip heeft voor de landbouw zo lang de boeren de inkomenssteun niet kunnen missen. Na xe9xe9n of twee jaren met hoge prijzen is het gauw gedaan met de publiekssteun en direct daarna die van de politiek. Bovendien, steeds wordt beloofd dat er niet getornd wordt aan de inkomenssteun, maar de trend is onmiskenbaar: afbouw van steun en een landbouw die x93competitief gaat worden op de wereldmarktx94. Mijn diagnose bij de Health Check is dat de inkomenssteun in de terminale fase verkeert. Als er de komende jaren een redelijk evenwichtige wereldvoedselmarkt is, hoeft dat niet eens problematisch te zijn: als landbouw zonder subsidies onmogelijk zou zijn, zou dat betekenen dat het een minderwaardige sector is. Te star vasthouden aan inkomenssteun kan er toe leiden dat we juist met volledige liberalisering worden geconfronteerd.
Bijna onbeperkte afzetmogelijkheden
De WTO-onderhandelingen komen bij mij over als een absurdistisch schouwspel van een groep kippen die verwoed om een korst brood vecht, niet doorhebbende dat iets verderop een half brood ligt. Immers, nu is er een schier onbeperkte afzetmarkt in de vorm van energiegewassen. Het lijkt onethisch om voedsel om te zetten in brandstof. Echter, zoals het onzinnig is om groente als veevoer te verbouwen, maar het logisch is om doorgedraaide groente daarvoor te benutten, zo kan bio-brandstof het op-xe9xe9n-na-beste alternatief zijn in een situatie van te grote productiecapaciteit. Dit kan op twee niveaux92s, na productie (echte overschotten) en voor de productie. De nu onbenutte productiecapaciteit kan permanent (natuur) of tijdelijk van de markt worden gehaald, zodat zij in reserve wordt gehouden voor als de vraag naar voedsel toeneemt. Dit kan via braak, maar omdat ook dit geld kost is energieproductie ook dan zinvoller. Alle keuzes zijn beter dan produceren voor een niet aanwezige markt.
Tijd voor werkelijk beleid
Er zijn weinig sectoren waar de productieomstandigheden zo uiteenlopend zijn als in de landbouw. Boeren in de bergen van Zwitserland, het vlakke Nederland, de droge Sahel-landen of in de Amazone, waar boeren hun land vrijwel gratis kunnen verkrijgen door het oerwoud te ontginnen. Bovenop klimatologische verschillen, bodemvruchtbaarheid en schaalgrootteverschillen zijn er nog uiteenlopende eisen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn, milieukundige en sociale eisen. Landbouw overlaten aan het marktmechanisme leidt dan ook in die zin niet tot bevredigende resultaten. De mensheid is niet gediend als wereldwijd grote gebieden opgeofferd worden op het altaar van de vrije wereldhandel. Voorstanders van liberalisering (waaronder invloedrijke landen als Brazilixeb) moeten realiseren dat beleid dat dergelijke effecten heeft voor de rijke landen onacceptabel is. De rijke landen dienen dan eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen. Protectionistisch beleid dat problemen afschuift naar de zwakkeren is niet langer houdbaar.
Regulering: doel en werkingsmechanisme
Elk beleid dat de fundamentele eigenschappen van de voedselmarkt negeert is tot mislukken gedoemd. Het doel dient dan ook te zijn om te komen tot een systeem waarbij vraag en aanbod in het traject komen waar de markt redelijk functioneert - markt is geen vies woord. Om dit te bereiken kunnen veel van de huidige instrumenten gebruikt worden. Met subsidies, quotax92s, opkoopregelingen, etc. is niets mis, het gaat alleen om de manier waarop ze ingezet worden. Mijn voorstel is het volgende:
- Ieder land of handelsblok heeft op ieder moment keuzevrijheid: hetzij volledige liberalisering, dan wel bescherming tegen ongunstige marktomstandigheden. In het laatste geval dient een positieve terugkoppeling voor de anderen te resulteren, dat wil zeggen protectionisme in ruil voor regulering. Mijn voorstel is dat 30 % van de subsidies gebruikt mag worden voor zaken bevordering van milieukundige, sociale, dierwelzijnseisen, landschapsbehoud, etc. De andere 70% moet een regulerend effect hebben zoals via energieproductie, braaklegging, natuuraanleg.
- De media staan bol van verhalen over de x93skyrocketing highx94 voedsel. Ten onrechte, landbouwprijzen zijn al decennia x93skyrocketing lowx94. De landbouw kan slechts optimale opbrengsten (voedsel + energie) geven als boeren daarvoor een redelijke beloning ontvangen.
- Het verband tussen voedselprijzen en honger is anders dan velen denken. Hoge prijzen leiden tot vraaguitval. Arme landen zijn echter meer gebaat bij redelijke prijzen dan bij te lage. Als arme landbouwers weer geld gaan verdienen werkt dat door in de gehele economie. Volgens prof. van Kuyvenhoven (Wageningen) geeft 1% hogere boereninkomens 2,5% verhoging van het BNP van ontwikkelingslanden, terwijl dit voor andere sectoren minder dan 1% is. Dat arme, voedselimporterende landen alleen baat hebben bij zo laag mogelijke voedselprijzen geloof ik niet. Veel van deze landen zijn juist (in die mate) voedselimporterend vanwege die lage landbouwprijzen.
- Het meest logisch is om landbouwbeleid aan te laten sluiten bij het energiebeleid. Zowel de USA als de EU hebben beleid om bio-brandstof toe te voegen aan de fossiele brandstof. Een vast percentage bijmenging is onlogisch, veel beter is een flexibel beleid. Immers, ook de productie zowel als de consumptie varixebren op korte en (middel-)lange termijn. Overigens is er een eenvoudige manier om te bepalen of bio-brandstof leidt tot extra honger: als de wereldmarktprijzen beneden alle kostprijzen liggen staat het stoplicht voor voedselproductie blijkbaar op rood.
- Ik ben niet zo naxefef te denken dat ander landbouwbeleid vanzelf leidt tot verdwijning van honger en armoede. Ik lees vaak dat arme boeren geholpen moeten worden om hun productie te verhogen. Maar, zoals een plant pas groeit als hij naast zonlicht ook water en mineralen ontvangt, zo kan de landbouw zich alleen ontplooien als er behalve vrede en veiligheid, behoorlijk bestuur ook een marktsituatie is met redelijke afzetkansen. Anders leidt productieverhoging van arme boeren alleen maar tot nog lagere prijzen. Ontwikkelingshulp is dan even inefficixebnt als de huidige landbouwsubsidies. Ook vanwege redenen van politieke en sociale stabiliteit kunnen we ons de huidige situatie niet veroorloven, waarbij grote delen van de wereldbevolking niet deelnemen aan de wereldeconomie.
- Negatief protectionisme moet zich niet verplaatsen naar de markt van energie. Landen die vrijwillig hun productiecapaciteit benutten voor energie ontlasten daarmee de voedselmarkt. Uiteraard dient wel met milieukundige en sociale aspecten rekening gehouden worden.
- De trend is naar zo weinig mogelijk overheidsingrijpen. Het systeem wat ik voor sta is het meest liberale x96 op volledige liberalisering na. Het geeft juist veel meer ruimte aan de markt en het ondernemerschap dan het huidige bureaucratische geheel.
- Ik denk dat regulerend landbouwbeleid in rijke landen relatief weinig en in arme landen juist veel effect heeft: gunstige afzetkansen is gunstig voor allen. Bij volledige liberalisering is de kans groot dat er voor arme boeren weinig verandert en voor rijke juist veel: wereldwijde landbouwcrisis.
Wie wil meewerken aan onderzoek – het LEI heeft hiervoor mogelijkheden – naar regulerend beleid. Reacties naar huibryk@planet.nl