Auteur Archief: landbouwbeleid

Voedseloproer

Voedselacties

x93We hoeven ons geen zorgen te maken over de voedselvoorzieningx94, stellen Huub Lxf6ffler en Rudy Rabbinge. Een verdubbeling van de voedselproductie kan op duurzame wijze, menen zij, dus over vijftig jaar kunnen twee keer zo veel mensen op de wereld gevoed worden. Kortom: x93Gaat u rustig slapen, de techniek lost alles op.x94

Voedselrellen

Het zal niemand ontgaan zijn dat er wereldwijd voedselrellen zijn. Minder opvallend is dat het naast consumenten die protesteren tegen te hoge prijzen, gelijkertijd producenten betreft die er tegen protesteren dat hun prijzen naar beneden dreigen te gaan: graanboeren in Argentinixeb en zuivelboeren in Duitsland, Belgixeb en Nederland. Ik kan me niet herinneren dat dit ooit eerder is gebeurd.

De overheersende gedachte is dat de voedselcrisis een tijdelijk verschijnsel is. Dat is maar zeer de vraag. De oorzaken  van de huidige situatie zijn complex. Landbouwmarkten worden gekenmerkt door lange periodes met lage prijzen  afgewisseld met een incidentele prijspiek, zie bijvoorbeeld het prijsverloop op de graanbeurs van Chicago. Dat de huidige voedselcrisis zo onverwacht is, komt doordat zox92n prijspiek nu samenvalt met andere factoren: droogte in productiegebieden, en extra vraag uit China en India. De voedselcrisis heeft twee aspecten: de hoeveelheid voedsel en de prijs van het voedsel. De prijs van voedsel wordt sterk bepaald door de prijs van energie, niet alleen bij de daadwerkelijke productie maar ook bij het transport. Het gaat dan ook om een effect van de energiecrisis. Ook de voorraden aan geschikt water nemen onrustbarend af. Van fosfaat, onmisbaar voor plantengroei, nemen de voorraden zelfs sneller af dan die van olie. Veevoer is eveneens enorm veel duurder geworden. Voedselproductie kan nog wel toenemen, maar de mogelijkheid van een verdubbeling waag ik te betwijfelen. Maar een tweede reden is veel belangrijker. Honger is nooit veroorzaakt doordat er te weinig voedsel is geproduceerd. Evenmin is het een verdelingsvraagstuk. Het probleem is niet zo zeer dat voedselprijzen te hoog zijn, maar dat arme mensen te weinig inkomen hebben. Dit is steeds versluierd doordat voedsel steeds schunnig goedkoop is geweest. De Belgische schrijver Dirk Barrez had een belangrijke zienswijze. Hij stelde dat de armen in de steden van ontwikkelingslanden zulk laag loon hadden juist omdat de boeren afkomstig van het platteland voortdurend een drukkend effect hebben op de lonen. 

Honger is geen garantie voor goede boereninkomens 

Zoals de aanwezigheid van overschotten en lage prijzen nooit heeft geleid tot het verdwijnen van honger, zo heeft de aanwezigheid van hongerigen nooit geleid tot goede boereninkomens. De voedselcrisis betekent dan ook niet automatisch dat er gouden tijden voor de landbouw aanbreken. Het gevaar is dat prijzen voor consumenten te hoog zijn en voor boeren nog te laag. Dat een verdubbeling van de voedselproductie technisch mogelijk is, is daarbij irrelevant. In het rijke westen zal dat alles voorlopig nog wel meevallen. Maar er zijn ook voorspellingen dat de olieprijzen naar $200 of $300 kunnen gaan, dat wil zeggen nogmaals een verdubbeling. En dan zullen ook in het westen veel consumenten in problemen komen. De globale voedselcrisis vertoont parallellen met de grote recessie volgend op de beurskrach van 1929: producenten die geen afzet en daardoor geen vraag naar werknemers hadden waardoor werkloze arbeiders geen geld hadden om iets te kopen.  De fundamentele vraag voor de mensheid is dan ook de volgende: als wij  met 4 of 5 miljard  mensen genoeg kunnen produceren voor 6 miljard mensen wat doen we dan met die anderen? Laten we dat aan de markt over en vallen dan degenen af die de pech hebben te leven in een ongunstigste klimaat of onder een ongunstig regime of het aan zich zelf te wijten hebben dat ze niet een bij de moderne tijd passende arbeidsmoraal bezitten? In de economische crisis van de jaren tachtig was de gedachte gangbaar dat het goed was om arbeidstijd te verminderen en verdelen. Tegenwoordig is juist het beleid om meer op concurrentie te mikken: langere werktijden, later met pensioen, grotere arbeidsproductiviteit. Solidariteit is niet langer een begrip dat in de mode is, x93de marktx94 en x93de techniekx94 zullen alles oplossen. De armen op deze wereld worden alleen als last ervaren. We willen slechts helpen als ons schuldgevoel er ons van weerhoudt ze te laten verhongeren.

Waar we ons met name op moeten richten is op low-inputmethoden. Er is niets tegen kunstmest, nieuwe hybridezaden en bestrijdingsmiddelen, maar daarnaast zijn maatregelen als organische mest, compost en natuurlijk evenwicht veel beter aansluitend bij arme boeren dan de high-techlandbouwmethoden van de groene revolutie.

Huib Rijk, Biddinghuizen.

mei 30, 2008
By on 22:26

Regulering in de landbouw

Standpunten over landbouw van zowel consumenten als producenten uit zowel rijke als arme landen lopen dusdanig dat pogingen om aan alle belangen recht te doen bij voorbaat kansloos lijken. Toch is efficixebnt en sociaal aanvaardbaar landbouwbeleid volgens mij niet alleen haalbaar, ik begrijp niet dat het er al niet langer is.

Marktmechanisme werkt uitstekend

Voorstanders van liberalisme menen dat de onzichtbare hand van het marktmechanisme zorgt voor een maximum aan welvaart, doordat marktevenwicht dan vanzelf wordt bereikt en productie daar plaats vindt waar dat het efficixebntste kan.

Critici die stellen dat dit in de landbouw niet werkt hebben ongelijk: de markt werkt uitstekend.  Er kan immers niet meer voedsel geconsumeerd worden dan er geproduceerd wordt. Even min kan er structureel meer geproduceerd worden dan er door de consumenten gekocht wordt. Echter, het marktmechanisme werkt in de landbouw slechts bevredigend in een smal traject waar de productiecapaciteit ongeveer gelijk is aan de economische vraag. In dat gebied leiden lagere prijzen tot een gezonde terugkoppeling door minder inzet van sommige productiemiddelen zodat de productie gematigd wordt. Dit mechanisme faalt echter als vraag en aanbod  te ver uit evenwicht. Boeren hebben geen invloed op hun prijzen en verzorgen hun gewassen ook (of juist) bij lage prijzen goed. Het noodzakelijke gevolg is x93productieuitvalx94. Het omgekeerde (vraaguitval) kan optreden als de productiecapaciteit lager is dan de vraag.  Overschotproductie is altijd gering maar voldoende voor structurele druk op prijzen en boereninkomens, leidend tot ontwrichting en ontvolking van het platteland. Bovendien kan zox92n landbouwcrisis tientallen jaren duren omdat de grond van stoppende boeren overgenomen wordt door anderen. Aan deze mechanismen wordt bijna geen aandacht besteed, maar begrip ervan is essentieel om tot zinvolle oplossingen voor de landbouw te komen.

Ook protectionisme is geen regulering

De landbouwlobby heeft niet alleen het recht, maar zelfs de plicht om op te komen voor haar belangen. Boeren zeggen vaak dat zonder subsidies landbouw niet mogelijk is. Dat is feitelijk een vreemde gedachte, het zou inhouden dat voedselproductie een minderwaardige bezigheid is. Het is terecht dat de boerenlobby vecht voor een rechtvaardige beloning van hun inspanningen. De tragiek is dat zij deze noodzaak van bescherming alleen vertalen in maatregelen (quotering, opkoping van overschotten, exportsubsidies) die de problemen wel tijdelijk of plaatselijk verhelpen, maar werkelijke oplossingen aan anderen overlaten. Wegens kritiek op de exportsubsidies zijn de EU en USA overgegaan op inkomenssteun. Bij volledige invoering van dit systeem kunnen de grenzen open voor importen terwijl er toch enige bescherming  blijft bestaan. Kortom, de ideale combinatie van vrijhandel en protectionisme? 

Inkomenssteun en vrijhandel: honger als economisch optimum

Volgens veel anti-globalisten is het systeem van vrijhandel verwoestend voor de ontwikkelingslanden. Echter, er is geen vrijhandel, alleen de combinatie van protectionisme van de rijke landen enerzijds en anderzijds de afgedwongen marktopening voor de arme landen. Het IMF speelt daarbij een kwalijke rol. Daar heerst de neoliberale stemming dat iedere vorm van protectionisme uitgebannen dient te worden. Ontwikkelingslanden worden, onder de dreiging dat zij anders geen IMF-gelden meer kunnen lenen, gedwongen hun landbouwmarkten te laten overspoelen met goedkope import. Dramatisch lage prijzen betekenen voor arme boeren dat investeringen om de productie te verhogen of zelfs maar op peil te houden simpelweg bedrijfseconomisch niet uitkunnen. Daardoor ligt voor honderden miljoenen boeren het economisch optimum bij honger.  Arme landen hebben zelfs last van zowel vraag- als productieuitval: ze doen nauwelijks mee aan de wereldeconomie.

Ik kan in het systeem van inkomenstoeslagen geen idee betreffende werkingsmechanisme ontdekken. Het enige argument is dat het voor de WTO in de blue box x96 toegestane ondersteuning – valt. Dus ook arme landen zouden dit instrument kunnen inzetten, maar dit is voor hen niet uitvoerbaar. En als alle boeren wereldwijd wel inkomenstoeslagen zouden ontvangen, dan nog zijn de problemen niet opgelost. In de situatie met te grote productiecapaciteit dalen de prijzen alleen maar verder, tot alsnog de benodigde productieuitval is gerealiseerd. In de sectoren die door de EU x93gereguleerdx94 worden is de helft van het boereninkomen afkomstig van steun (cijfers LEI) en zelfs dan is er geen garantie voor een heel of zelfs een half inkomen, omdat de markt altijd doorslaggevend is voor het inkomen. Subsidies werken immers veelal negatief op hun oorspronkelijke doelstelling: door inkomenssteun blijven prijzen  beneden kostprijsniveau. Het systeem  van inkomenstoeslagen is daarom het tegenovergestelde van wat het lijkt: het is geen vrijhandel en het biedt geen echte bescherming.

Een punt dat vaak naar voren wordt gebracht is dat landbouwsteun slechts een geringe investering vormt voor veilig en betaalbaar voedsel. De kosten van landbouwbeleid zijn echter nauwelijks relevant. Veel belangrijker is de efficixebntie.

De landbouwlobby lijkt sterk, maar dat boeren wereldwijd onbeperkt mogen (moeten) produceren tegen bodemprijzen, is  geen gunstig resultaat.

Health-check

Momenteel wordt de balans opgemaakt van het EU-beleid , de Health-check. x93Exportsubsidies zijn sterk verminderd en prijzen zijn desondanks gunstig omdat het beleid marktgerichter isx94, zijn de reacties. De oorzaken liggen echter buiten het beleid: lagere opbrengsten in een aantal gebieden, extra vraag uit China, India en voor biobrandstoffen. Er kan ook een andere balans opgemaakt worden. Tegenstanders van het huidige beleid zijn de voorstanders van volledige liberalisering -  waaronder de machtige industriesector die stellen dat de landbouw gunstige handelsovereenkomsten  tegenhoudt. Ontwikkelingslanden, waarvan landen als Brazilixeb  steeds meer invloed krijgen, zijn eveneens verklaard tegenstander. Aan de andere kant van de balans vinden we de bevolking die overwegend begrip heeft voor de landbouw zo lang de boeren de inkomenssteun niet kunnen missen. Na xe9xe9n of twee jaren met hoge prijzen is het gauw gedaan met de publiekssteun en direct daarna die van de politiek. Bovendien, steeds wordt beloofd dat er niet getornd wordt aan de inkomenssteun, maar de trend is onmiskenbaar: afbouw van steun en een landbouw die x93competitief gaat worden op de wereldmarktx94. Mijn diagnose bij de Health Check is dat de inkomenssteun in de terminale fase verkeert. Als er de komende jaren een redelijk evenwichtige wereldvoedselmarkt is, hoeft dat niet eens problematisch te zijn: als landbouw zonder subsidies onmogelijk zou zijn, zou dat betekenen dat het een minderwaardige sector is. Te star vasthouden aan inkomenssteun kan er toe leiden dat we juist met volledige liberalisering worden geconfronteerd. 

Bijna onbeperkte afzetmogelijkheden

De WTO-onderhandelingen komen bij mij over als een absurdistisch schouwspel van een groep kippen die verwoed om een korst brood vecht, niet doorhebbende dat iets verderop een half brood ligt. Immers, nu is er een schier onbeperkte afzetmarkt in de vorm van energiegewassen. Het lijkt onethisch om voedsel om te zetten in brandstof. Echter, zoals het onzinnig is om groente als veevoer te verbouwen, maar het logisch is om doorgedraaide groente daarvoor te benutten, zo kan bio-brandstof het op-xe9xe9n-na-beste alternatief  zijn in een situatie van te grote productiecapaciteit. Dit kan op twee niveaux92s, na productie (echte overschotten) en voor  de productie.  De nu onbenutte productiecapaciteit kan permanent (natuur) of tijdelijk van de markt worden gehaald, zodat zij in reserve wordt gehouden voor als de vraag naar voedsel toeneemt. Dit kan via braak, maar omdat ook dit geld kost is energieproductie ook dan zinvoller. Alle keuzes zijn beter dan produceren voor een niet aanwezige markt.

Tijd voor werkelijk beleid

Er zijn weinig sectoren waar de productieomstandigheden zo uiteenlopend zijn als in de landbouw. Boeren in de bergen van Zwitserland, het vlakke Nederland, de droge Sahel-landen of in de Amazone, waar boeren hun land vrijwel gratis kunnen verkrijgen door het oerwoud te ontginnen. Bovenop klimatologische verschillen, bodemvruchtbaarheid en schaalgrootteverschillen  zijn er nog uiteenlopende eisen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn,  milieukundige en sociale eisen. Landbouw overlaten aan het marktmechanisme leidt dan ook in die zin niet tot bevredigende resultaten. De mensheid is niet gediend als wereldwijd grote gebieden opgeofferd worden op het altaar van de vrije wereldhandel. Voorstanders van liberalisering (waaronder invloedrijke landen als Brazilixeb) moeten realiseren dat beleid dat dergelijke effecten heeft voor de rijke landen onacceptabel is. De rijke landen dienen dan eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen. Protectionistisch beleid dat problemen afschuift naar de zwakkeren is niet langer houdbaar.

Regulering: doel en werkingsmechanisme

Elk beleid dat de fundamentele eigenschappen van de voedselmarkt negeert is tot mislukken gedoemd. Het doel dient dan ook te zijn om te komen tot een systeem waarbij vraag en aanbod in het traject komen waar de markt redelijk functioneert -  markt is geen vies woord. Om dit te bereiken kunnen veel van de huidige instrumenten gebruikt worden. Met subsidies, quotax92s, opkoopregelingen, etc. is niets mis, het gaat alleen om de manier waarop ze ingezet worden. Mijn voorstel is het volgende:

-         Ieder land of handelsblok heeft op ieder moment keuzevrijheid: hetzij volledige liberalisering, dan wel bescherming tegen ongunstige marktomstandigheden. In het laatste geval dient een positieve terugkoppeling voor de anderen te resulteren, dat wil zeggen protectionisme in ruil voor regulering. Mijn voorstel is dat 30 % van de subsidies gebruikt mag worden voor zaken bevordering van milieukundige, sociale, dierwelzijnseisen, landschapsbehoud, etc. De andere 70%  moet een regulerend effect hebben zoals via energieproductie, braaklegging, natuuraanleg.

-         De media staan bol van verhalen over de x93skyrocketing highx94 voedsel. Ten onrechte, landbouwprijzen zijn al decennia x93skyrocketing lowx94. De landbouw  kan slechts optimale opbrengsten (voedsel + energie) geven als boeren daarvoor een redelijke beloning ontvangen.

-         Het verband tussen voedselprijzen en honger is anders dan velen denken. Hoge prijzen leiden tot vraaguitval. Arme landen zijn echter meer gebaat bij redelijke prijzen dan bij te lage. Als arme landbouwers weer geld gaan verdienen werkt dat door in de gehele economie. Volgens prof. van Kuyvenhoven (Wageningen) geeft 1% hogere boereninkomens 2,5% verhoging van het BNP van ontwikkelingslanden, terwijl dit voor andere sectoren minder dan 1% is. Dat arme, voedselimporterende landen alleen baat hebben bij zo laag mogelijke voedselprijzen geloof ik niet. Veel van deze landen zijn juist (in die mate) voedselimporterend vanwege die lage landbouwprijzen.

-         Het meest logisch is om landbouwbeleid aan te laten sluiten bij het energiebeleid. Zowel de USA als de EU hebben beleid om bio-brandstof toe te voegen aan de fossiele brandstof. Een vast percentage bijmenging is onlogisch, veel beter is een flexibel beleid. Immers, ook de productie zowel als de consumptie varixebren op korte en (middel-)lange termijn. Overigens is er een eenvoudige manier om te bepalen of bio-brandstof  leidt tot extra honger: als de wereldmarktprijzen beneden alle kostprijzen liggen staat het stoplicht voor voedselproductie blijkbaar op rood.

-         Ik ben niet zo naxefef te denken dat ander landbouwbeleid vanzelf leidt tot verdwijning van honger en armoede. Ik lees vaak dat arme boeren geholpen moeten worden om hun productie te verhogen. Maar, zoals een plant pas groeit als hij naast zonlicht ook water en mineralen ontvangt, zo kan de landbouw zich alleen ontplooien als er behalve vrede en veiligheid, behoorlijk bestuur ook een marktsituatie is met redelijke afzetkansen. Anders leidt productieverhoging van arme boeren alleen maar tot nog lagere prijzen. Ontwikkelingshulp is dan even inefficixebnt als de huidige landbouwsubsidies. Ook vanwege redenen van politieke  en sociale stabiliteit kunnen we ons de huidige situatie niet veroorloven, waarbij grote delen van de wereldbevolking niet deelnemen aan de wereldeconomie.

-         Negatief protectionisme moet zich niet verplaatsen naar de markt van energie. Landen die vrijwillig hun productiecapaciteit benutten voor energie ontlasten daarmee de voedselmarkt. Uiteraard dient wel met milieukundige en sociale aspecten rekening gehouden worden.

-         De trend is naar zo weinig mogelijk overheidsingrijpen. Het systeem wat ik voor sta is het meest liberale x96 op volledige liberalisering na. Het geeft juist veel meer ruimte aan de markt en het ondernemerschap dan het huidige bureaucratische geheel.

-          Ik denk dat regulerend landbouwbeleid in rijke landen relatief weinig en in arme landen juist veel effect heeft: gunstige afzetkansen is gunstig voor allen.  Bij volledige liberalisering is de kans groot dat er voor arme boeren weinig verandert en voor  rijke juist veel: wereldwijde landbouwcrisis.

Wie wil meewerken aan onderzoek – het LEI heeft hiervoor mogelijkheden – naar regulerend beleid. Reacties naar  huibryk@planet.nl

                                         

mei 18, 2008
By on 21:43
Ethiek rondom voedsel en brandstof

Ethiek rondom voedsel en brandstof

Is het ethisch om voedsel voor brandstof te gebruiken, terwijl aan de andere kant van de wereld mensen sterven van de honger? Deze vraag gaat uit van de veronderstellingen dat honger komt door tekort aan voedsel en dat oplopende prijzen voor voedsel ertoe leiden dat armen minder voedsel kunnen kopen en aldus tot meer honger leiden. De landbouwmarkt is ingewikkeld. Al decennia lang kunnen wij als boeren wereldwijd meer produceren dan wij kunnen verkopen. De prijzen zijn niet kostendekkend, in feite houdt dit in dat het stoplicht op rood staat: de productie moet niet omhoog maar omlaag. Dat er ook mensen zijn die meer kunnen opeten dan ze kunnen kopen (de hongerigen) is ondergeschikt: wie geen geld heeft telt economisch niet mee. Dat is niet mijn cynisme, zo zit onze beschaving in elkaar. Boeren in de EU en in Amerika kunnen overleven doordat zij inkomenssteun ontvangen van hun overheid. Boeren in ontwikkelingslanden kennen deze luxe niet.  In Sahel-landen als Mali en Burkina Faso is katoen een belangrijke teelt. De markt is ingestort door te veel aanbod. De boeren worden weggeconcurreerd niet omdat hun kostprijs te hoog is, maar doordat de anderen ondersteund worden. De betreffende landen dringen aan op eerlijkere handel. Een Amerikaanse reactie hierop was dat de subsidies niet ter discussie sta. De VS is wel bereid het budget voor ontwikkelingshulp te verhogen. Kortom, we maken jullie eerst kapot, maar geen nood we helpen jullie wel met een zak met geld (x93gaarne bij ons te bestedenx94). Het beleid van de rijke landen is meer dan dubbelzinnig. De ene keer vinden we dat we het recht hebben om de xe9xe9n of andere sector te beschermen. Tegelijkertijd proberen we af te dwingen dat de handel wordt geliberaliseerd, want dat is goed voor de wereldhandel en dus goed x93voor iedereenx94. Mocht dat opeens niet gunstig uitpakken (zie de textiel die niet zo goedkoop kan produceren als de Chinezen) dan wordt het beleid direct teruggedraaid naar protectionisme.  Het verhaal van de katoen geldt voor allerlei  landbouwproducten. Op grote schaal kunnen arme boeren het niet volhouden en nemen hun toevlucht in de grote steden, waar ze vanaf dat moment bij lage voedselprijzen belang hebben. Het stoplicht voor de landbouw lijkt te veranderen van rood in oranje of misschien wel groen. Als we als mensheid meer produceren (voedsel en energie) hebben we met zijn allen meer te verdelen.  Voorwaarde daarbij is dat boeren een redelijke prijs ontvangen voor hun producten en daaraan is niets onethisch. Macro-economisch  bezien  kunnen er belangrijke veranderingen optreden. Van veel arme landen (Egypte,bijv.) wordt gezegd dat ze nadeel hebben van duurder voedsel omdat zij voedselimporterend zijn. Veel van die landen waren tot ongeveer 1970 netto-exporterend wat voedsel betreft. Doordat de rijke landen hun boeren beschermden steeg de productie daar en bleef er voor de arme landen een kleiner deel van de cake over. Door omzetting van voedseloverschotten in energie wordt voedselproductie niet langer minderwaardig en dat zou er toe kunnen leiden dat honger niet meer maar minder wordt.

                                     Huib Rijk, boer in Biddinghuizen.

Geplaatst in Trouw, mei 2007

mei 16, 2008
By on 21:25

                 Kerstverhaal met os en ezel

                De loopgraven

De onderhandelingen in WTO-verband worden gekenmerkt door de onverzoenlijke standpunten en door het gebruik maken van machtsposities. Alle partijen menen dat ze genoeg hebben toegegeven (x93beter geen akkoord dan een slecht akkoordx94) en dat nu de anderen aan zet zijn om concessies te doen. Volgens de lobbyisten  mogen de boeren tevreden zijn: de inkomenssteun ligt niet onder vuur omdat deze geen productieverhogend effect hebben. Bovendien heeft de EU toegezegd dat de steun tot 2014 gewaarborgd. In dat jaar is het een eeuw geleden dat een ander conflict startte, de Groote Oorlog .

                      Het kerstbestand

Kerstavond 1914 (mijn vader was een week eerder geboren) vond een bijzondere gebeurtenis plaats. Aan het front van Noord-Frankrijk en Belgixeb lagen de soldaten in hun loopgraven. Op vele plaatsen werden kerstliederen ingezet. De tegenstanders, vaak op slechts tientallen meters afstand, beantwoordden dit met eigen liederen. Binnen de kortste keren betraden de soldaten het niemandsland, wensten elkaar goed kerstfeest en wisselden goederen uit. Dit kerstbestand was heel speciaal: het kwam van onderaf, van de soldaten die enkele dagen ervoor nog  elkaar op leven en dood bevochten hadden en wisten dat ze dat binnenkort weer zouden doen. Zij bleken met hun vijanden veel meer gemeenschappelijks te hebben (dezelfde modder, ratten en luizen) dan met hun eigen bevelvoerders. De generaals gunden de eer van de heldendood aan hun soldaten, maar bleven zelf liever buiten schot.

                        Onbenutte productiecapaciteit

Bij de machtsstrijd in de internationale landbouw spelen de boeren zelf ogenschijnlijk nauwelijks een rol, hun belangen worden behartigd door hun overheden. Zelf menen ze het grootste belang te hebben dat hun eigen markt wordt afgeschermd en die van de anderen wordt opengebroken. Inkomenssteun heeft geen productieverhogend effect is wat er wordt gezegd. Deze redenering klopt in de praktijk niet. Boeren willen een inkomen halen uit hun bedrijf. In de bedrijfsvoering maakt het geen verschil of dit met produkt- of inkomenssteun gaat.  Zo ontvingen bietentelers een brief met het advies om met de dalende bietenprijzen de teelt optimaal te houden, dus met een goede bemesting en gewasbescherming. Lagere opbrengsten kunnen boeren zich niet permitteren. De bedoeling van inkomenssteun is juist dat de boeren zich staande kunnen houden in de internationale concurrentiestrijd (bijv. omdat wij strengere eisen aan voedselveiligheid hebben). Inkomenssteun bevordert misschien niet de overschotten, maar houdt ze wel in stand. Dat het niet goed gaat in de landbouw komt niet doordat er te weinig subsidies zijn, maar doordat er teveel productie is en de prijzen daardoor te laag. Wereldwijd worden er miljarden uitgegeven aan subsidies die het effect hebben dat deze overproductie blijft en de grootste voorstanders van dit systeem zijn de boeren. Hoe moeten we dat als boeren aan anderen uitleggen??  Wij kunnen als boeren wereldwijd meer produceren dan dat we kunnen verkopen. De logica van het systeem is dat de eer om de productiecapaciteit onbenut te laten aan x93de anderex94 boeren wordt overgelaten. Het resultaat van de wereldwijde landbouwlobby is dat boeren teveel (moeten) produceren voor te weinig geld. Welke industrie zou met zox92n lobbyresultaat tevreden zijn?

                De os en de ezel

Er bestaat bij velen de neiging om de problematiek te bagatelliseren: subsidies zijn misschien geen goed middel, maar alle betrokken landen doen er nu eenmaal aan mee. In de wereld zijn ongeveer 450 miljoen boeren. In India en China ieder ongeveer 100 miljoen, in de rest van Azixeb en in Afrika ook allebei zo’n 100 miljoen. Slechts zo’n 5 tot 10% van de boeren ondervindt de bescherming van steunmaatregelen. De realiteit is dat wij alle boeren die met een os of een ezel of met de hand hun land bewerken zo ver af vinden staan van wat wij moderne landbouw noemen dat de gedachte niet eens bij ons opkomt dat dit ook collega’s van ons zijn. En dat is een vreemde reactie. Wij vinden dat de inkomenssteun voor ons zelf onmisbaar is, maar we vinden het normaal dat zij het  zonder moeten doen. De onuitgesproken gedachte is  zelfs dat wij het in hun situatie veel beter zouden doen.

                Alternatieven

Ik ben echter bepaald geen voorstander van afschaffing van iedere regulering.  Ik vindt alleen dat de huidige manier van omgang met subsidies zinloos is. Nog minder dan W.O. I is deze loopgravenoorlog te winnen. Er zijn immers niet te veel boeren, maar er is teveel productiecapaciteit. Boeren wereldwijd moeten beseffen dat ze niet alleen vijanden (concurrenten) zijn maar ook lotgenoten (collegax92s). Het is van het hoogste belang voor boeren in zowel rijke als in arme landen dat overschotten niet geproduceerd worden, dan wel omgezet worden in zaken waar wel tekort aan is. Het marktmechanisme werkt enerzijds heel slecht waar het de totale productiecapaciteit betreft. Het functioneert echter wel bij regulering van deelmarkten: graan,suiker, vlees, aardappels, groenten en zelfs energiegewassen (welke en waar worden ze geteeld). Het systeem van de toekomst is volgens mij dat alleen subsidies zijn toegestaan voor de productie van energie. Het geeft de boeren de mogelijkheid te doen waar ze goed in zijn: hun vakmanschap en ondernemerschap tot hun recht laten komen ten bate van boeren en niet-boeren.

                                                        Zalig kerstfeest,

                                                        Huib Rijk, boer in Biddinghuizen

(Geplaatst in x93Nieuwe Oogstx94,december 2006).

mei 14, 2008
By on 12:53
Wereldvoedseldag 2006

x93Ik weiger te geloven dat het feit dat onze boeren zoveel kunnen produceren een ramp isx94, schrijft Huib Rijk in deze analyse. x93Zouden wij dan beter op een dorre planeet kunnen wonen dan op een vruchtbare? Overschotten vormen een bedreiging voor boeren overal op deze wereld. We moeten dan ook ophouden elkaar met deze overschotten om de oren te slaan ten koste van veel ellende en geld, stelt Rijk in deze bijdrage.

De Wereldvoedseldag op 16 oktober is dit jaar extra actueel door alle discussie over schuldverlichting, de inkomenssteun voor Europese boeren en de vraag of we toe moeten naar liberalisering van de landbouw. Vanuit de landbouw reageert men als volgt: onze boeren kunnen niet zonder subsidies en afschaffing is onbespreekbaar. De hele landbouw heeft het moeilijk; er wordt te weinig verdiend. Bij veel boeren leeft het gevoel dat zij geen waardering krijgen vanuit de maatschappij en dat de mensen niets over hebben voor hun voedsel. Mensen willen echter wel meer betalen als er weinig aanbod is. Het probleem zit aan de aanbodkant, er wordt teveel geproduceerd.

Landbouw is economisch een bijzondere sector. In de economieboekjes staat het mooi beschreven: vraag en aanbod bepalen de prijs en de prijs bepaalt vraag en aan aanbod. Velen menen dat alle subsidies maar afgeschaft moeten worden en de markt zijn werk maar moet doen. Bij lage prijzen kunnen boeren niet meer investeren om grond en gebouwen en machines op peil te houden en velen moeten uiteindelijk stoppen. De markt wordt echter niet gezond omdat andere boeren de grond overnemen. Aan onze weg is de afgelopen 20 jaar het aantal boeren bijna gehalveerd. Het land is door anderen overgenomen en de productie is toegenomen ondanks de prijzen die steeds verder onder druk zijn komen te staan.

         De productiviteit wordt van buitenaf gestuurd, nieuwe rassen leveren bijvoorbeeld per jaar 1 procent productieverhoging op. Wereldwijd zijn er nog vele gebieden die niet optimaal benut worden zoals in Afrika, en landen in het voormalig Oostblok. Het vrij laten van de markt leidt niet tot een gezonde markt, maar slechts tot verpaupering van het platteland waarvan boeren de ruggengraat vormen.

         Wat echte liberalisering is, blijkt in arme landen die extra kredieten nodig hebben. IMF en Wereldbank hebben een blind vertrouwen in de vrije markt en stellen als voorwaarde dat de grenzen volledig open moeten. Gevolg: het land wordt overspoeld door goedkope import en de boeren krijgen bijna niets meer voor hun producten.

         GROTE GRAANIMPORTEN

         Mijn vader, geboren in 1914, vertelde vaak dat in zijn jeugd massaal graan uit Noord-Amerika werd aangevoerd, scheepsladingen vol vanaf de ontgonnen prairies. De regering vond deze verlaging van de voedselprijzen gunstig. Echter, het geld ging naar het buitenland en voor de boeren was het een ramp. Gelukkig, aldus mijn vader, kwam na de oorlog de EEG die de invoer aan banden legde. Mansholt was de architect van het gezamenlijk landbouwbeleid dat stond voor stabiele prijzen voor de boeren en voedselzekerheid. Essentieel was het reguleringsmechanisme van invoerheffingen en exportsubsidies. Dat was het voldoende enkele producten zoals graan, melk en vlees te reguleren.

         Wat Mansholt c.s. nooit hadden verwacht was dat de productie zo enorm toe zou nemen en dat er structurele overschotten ontstonden. Het marktmechanisme kan in de landbouw niet zowel de prijzen als de productie op een acceptabele manier regelen. Aanvankelijk was de EEG netto importerend voor voedsel. Tussen 1975 en 1980 was het omslagpunt en daarna werd de EU netto exporterend, ten koste van hoge bedragen aan subsidies. De VS kon niet achterblijven en verhoogde eveneens de subsidies. Het stelsel van heffingen en subsidies veranderde van een reguleringsmechanisme in dumping van overschotten.

         In de Derde Wereld daalde de zelfvoorzieningsgraag voortdurend, ondanks ontwikkelingshulp en horden goede-doelen-instellingen. Het is niet toevallig dat dat gebeurde terwijl het rijke Westen steeds meer zelfvoorzienend werd. Immers, niet alle landen kunnen netto exporterend zijn, tegenover export moet import elders staan. In wezen heeft het marktmechanisme het omgekeerde bereikt als bij ons: hier redelijke prijzen ten koste van teveel productie, daar voorkoming van overschotten ten koste van de prijs.

         STOP ONTKENNING

         Velen in de landbouw ontkennen of bagatelliseren het negatieve effect van de subsidies voor de boeren in de Derde Wereld. Ik beschouw het als een gebrek aan inlevingsvermogen als iemand zich niet kan voorstellen dat de arme boeren met de overschotten die wij exporteren met subsidies evenmin blij zijn als de boeren uit mijn vaders jeugd dat waren met de import van goedkoop graan. Dumping van overschotten betekent export van landbouwcrisis. De gevolgen voor boeren in de Derde Wereld: geen geld voor investeringen in grond, gebouwen en machines, kortom verpaupering van het platteland.

         Landbouw neemt ook in andere zin een bijzondere positie in. In Europa is landbouw een belangrijke sector ondanks dat er slechts enkele procenten van de bevolking werkzaam in zijn. In veel arme landen is de meerderheid van de bevolking in de landbouw werkzaam, zodat het hele land lijdt onder de lage prijzen. Import van voedsel betekent export van geld dat niet besteed kan worden aan scholing, opbouw van infrastructuur, enzovoort.

         Honger wordt veroorzaakt door armoede en onze exporten vormen een belangrijke oorzaak van de armoede. De paradox is dat wij een bijdrage aan de bestrijding van honger kunnen vormen, niet door onze productie te verhogen, maar door minder te produceren. Honger is geen technisch maar een economisch een probleem. Verdwijnen armoede en honger dat vanzelf als wij onze productie dan maar verlagen? Nee, maar redelijke marktkansen zijn is wel een belangrijke voorwaarde voor groei, zoals bij ons onder het beleid van Mansholt.

         Onder druk van de WTO is het beleid in de EU en de USA verschoven naar inkomenssteun. Toch gaat het niet goed in de landbouw. Hoe kan dat: welnu, inkomenssteun doet niets aan het ontstaan van overschotten. Langzaamaan wordt de liberalisering binnengehaald; de prijzen langzaam verlagen, een gedeelte compenseren, dit alles uitsmeren over een aantal jaren dan kunnen de boeren er aan wennen. In wezen is hierbij de gedachte dat het marktmechanisme zowel de prijzen als de productie kan beheersen. Naar mijn mening zal het omgekeerde gebeuren: geen goede inkomens voor de boeren en toch nog overschotten.

         Een interessante vraag is of de WTO tegen subsidixebring is. Voor de boeren in de Derde Wereld maakt het niets uit of de overschoten met export- of inkomenssubsidies zijn geproduceerd, of dat de boer zelf op de consument dit betaalt. Belangrijk is het of het om productie beneden hun xe9n onze kostprijs, om dumping gaat. Stel dat bijvoorbeeld de Oekraxefne zijn aardappelmarkt zo gaat reguleren dat de boeren een interne prijs van 20 eurocent per kilo krijgen en een hoop extra exporteren naar ons land voor 5 eurocent en vervolgens trots meedelen dat er geen cent subsidie aan te pas komt, wat zou dan onze reactie zijn?

         Volgens mij is de WTO niet tegen subsidies, mits deze handelsverstorend zijn. Brazilixeb heeft al vele jaren een ethanolprogramma en onlangs oordeelde de WTO geheel terecht dat subsidie hiervoor is toegestaan, dit in tegenstelling tot de exportsubsidies. Een verstandige oplossing voor de overschotproductie is volgens mij een systeem waarbij de overschotten omgezet worden in biobrandstoffen. Ik weiger te geloven dat het feit dat onze boeren zoveel kunnen produceren een ramp is. Zouden wij dan beter op een dorre planeet kunnen wonen dan op een vruchtbare? Overschotten vormen een bedreiging voor boeren overal op deze wereld. We moeten dan ook ophouden elkaar met overschotten om de oren te slaan ten koste van veel ellende en geld. Voor de toekomst is het van groot belang een gezonde boerenstand en een levenskrachtig platteland te behouden. Snel genoeg hebben  we de boeren weer hard nodig.

slaan ten koste van veel ellende en geld. Voor de toekomst is het van groot belang een gezonde boerenstand en een levenskrachtig platteland te behouden. Snel genoeg hebben  we de boeren weer hard nodig.

Dit artikel heb ik geschreven voor wereldvoedseldag 2006. Het is gepubliceerd in het landbouwblad Nieuwe Oogst en in de Volkskrant.

mei 13, 2008
By on 22:17